Interventiestrategie op basis van twin track approach (FAO)

mei 28, 2008

 FAO promoot het adopteren van een Twin Track strategie om voedselveiligheid tijdens langdurige crisissen te verzekeren. Dit gebeurt dan door specifiek beleidsvormen die interventies met als doel de onmiddellijke bestijding van honger linken met een lange termijn groeistrategie. Terwijl voedselhulp essentieel is voor beschikbaarheid (als productie en importcapaciteit onvoldoende is) en toegang, timing van distributie is essentieel.

Er zijn beleidsopties voor de drie dimensies van voedselveiligheid: beschikbaarheid, toegang en stabiliteit, op zowel korte als lange termijn. Die wij in wat volgt zullen behandelen.

Korte termijn opties voor beschikbaarheid zijn voedselhulp, opnieuw bevoorraden in vee en voorziening in zaden. Op lange termijn kan voedsel voorzien worden aan de meest kwetsbare, de rurale voedselproductie verbetert worden door landbouw op kleine schaal of investeren in rurale infrastructuur.

Voor toegang tot voedsel op korte termijn kunnen sociale rehabilitatie programma’s of voedingsinterventie programma’s een rol spelen. Terwijl op langere termijn het opnieuw vestigen van rurale instituties, zoals rurale financiële systemen, het verzekeren van toegang tot land en het versterken van de arbeidsmarkt tot de mogelijkheden behoren.

Betreffende stabiliteit, staat op korte termijn vredesopbouw en het opnieuw vestigen van sociale vangnetten centraal. Op lange termijn zijn diversificatie van landbouw en rurale tewerkstelling, bewaken van voedselveiligheid en kwetsbaarheid en het aanpakken van structurele oorzaken van voedselveiligheid, belangrijk.[1]


[1] http://www.fao.org/bestpractices/content/09/09_01_en.htm


Definitie “Voedselveiligheid”

mei 28, 2008

Het concept “voedselveiligheid”  kent een evolutie doorheen de tijd, waarin de complexiteiten van de term gereflecteerd worden.

Midden jaren ’70 lag de focus bij de voedselvoorziening, de beschikbaarheid en de prijsstabiliteit, (of ook: de supply side) :availability at all times of adequate world food supplies of basic foodstuffs to sustain a steady expansion of food consumption and to offset fluctuations in production and prices”.[1]

De Food and Agriculture Organization van de VN verbreedde midden jaren ’80 het concept met het insluiten van de toegang tot voedsel die kwetsbare bevolking heeft. Hier wijst het concept dus op een afwegen tussen supply en demand side: “ensuring that all people at all times have both physical and economic access to the basic food that they need”.[2]

Het invloedrijke Wereldbankrapport “Poverty and Hunger”, eveneens in de jaren ’80, focuste op eerder op de tijdelijke dynamiek van voedselonveiligheid en introduceert hiermee ook het onderscheid tussen chronische voedselonveiligheid ( die geassocieerd wordt met problemen van continue of structurele armoede en lage inkomens) en transitoire voedselonveiligheid (die periodes van geïntensifieerde druk veroorzaken door natuurlijke rampen, economische terugval of conflict):“access of all people at all times to enough food for an active, healthy life”.[3]

De  World Food Summit (WFS) in november 1996 omschreef “voedselveiligheid” als volgt:Food security, at the individual, household, national, regional and global levels [is achieved] when all people, at all times, have physical and economic access to sufficient, safe and nutritious food to meet their dietary needs and food preferences for an active and healthy life”. [4] Hierbij wordt er dan ook aandacht besteed aan voedingswaarde en voorkeuren en een nieuwe klemtoon gelegd op consumptie. Ook Amartya Sen heeft het over entitlements van individuen en gezinnen.[5]

Het primair objectief in het discours van internationaal ontwikkelingsbeleid is sinds de jaren ’90: armoedebestrijding. De WFS gaf hiermee een richting aan het beleid door internationale actie voor voedselveiligheid als primair doel te stellen: een halvering van het aantal ondervoede mensen tegen 2015. Voedselveiligheid is dus een fenomeen gerelateerd aan individuen. Het is de nutritionele status van het individuele gezinslid dat de ultieme focus uitmaakt en het niet verkrijgen van de adequate status of die status die ondermijnd zou worden. Dit laatste is dan de kwetsbaarheid van individuen in deze context.

Food security exists when all people, at all times, have physical, social and economic access to sufficient, safe and nutritious food which meets their dietary needs and food preferences for an active and healthy life. Household food security is the application of this concept to the family level, with individuals within households as the focus of concern.

Food insecurity exists when people do not have adequate physical, social or economic access to food as defined above.[6]



[1] United Nations. 1975. Report of the World Food Conference, Rome 5-16 November 1974. New York.

[2] FAO. 1983. World Food Security: a Reappraisal of the Concepts and Approaches. Director General’s Report. Rome

[3] World Bank. 1986. Poverty and Hunger: Issues and Options for Food Security in Developing Countries. Washington DC.

[4] FAO. 1996. Rome Declaration on World Food Security and World Food Summit Plan of Action. World Food Summit 13-17 November 1996. Rome

[5] Sen, A. 1981. Poverty and Famines. Oxford: Clarendon Press.

[6] FAO. 2003. Trade, Reforms and Food Security. Conceptualizing the Linkages:  http://www.fao.org/DOCREP/005/Y4671E/y4671e06.htm#fn25

Chapter 2. Food security: concepts and measurement.


link cijfergegevens migratie,… in assam

mei 1, 2008

slechte status adivasis

april 24, 2008

http://www.countercurrents.org/adivasi-mishra120405.htm  - Kirti Mishra

door Geertrui Poelaert

Adivasis hebben in Assam te maken met heel wat ontberingen, o.a. omwille van hun exclusie van de “Sheduled Tribes of Assam” (ondanks het feit dat ze wel volksstammen zijn). Hierdoor hebben ze geen recht op “constitution entitlements”

Migratie van de Adivasis

In de tekst geeft men oorsprong migratie van de Adivasis naar Assam aan.

Nu maken de Adivasis zo’n 20% van de populatie van Assam uit. Ze zijn dus numeriek heel aanwezig, toch blijven ze “outsiders”, zonder een tribale status.

oorzaken van armoede onder de Adivasis: laag inkomen (vrouwen en kinderen verplicht om werk te zoeken buiten het dorp => hoge schooluitval onder de kinderen); lage toegang tot anti-armoede programma’s; sociale zekerheid en studiebeurzen.

Adivasis zijn ook ontzet van “agriculture extension services”

Erosion has taken away small farms owned by them and the ex-gratia from the government though critical, is insufficient to sustain them for long. Besides, closure of tea estate (which has taken away both job opportunities from the people and also facilities such as the tea garden hospital), indebtedness caused by disproportionate spending on health, stricter enforcement of rules related to absence from work and suspension that has increased joblessness amongst Adivasis have compounded their ill-being.

LANDVERVREEMDING: hoog niveau van landvervreemding in Tinisikhia -> deels omwille van slechte toegang tot institutionele kredieten, wat te deels te wijten is aan de afwezigheid van Miyadi patta of landdocumenten.

Hun land wordt ook afgenomen door de dominante gemeenschap, hierdoor werden de Adivasis verplicht om te gaan werken in de tea gardens. Maar om de productiekosten van deze tea gardens zo laag mogelijk te houden, gaan er heel wat jobs in deze sector verloren. Adivasis zijn hierdoor verplicht over te stappen naar dagarbeid.

The casual labour in the tea estate are the worst off and most impoverished as they are not covered under the Plantation Labour Act, 1951 or Assam Plantation Rules, 1956, and therefore face severe employment insecurity or the fear of ‘Chotai’ (downsizing). Their plight is all the more acute, as they get work only for 5-6 months during peak season, after which they have to eke out a living by daily wage labour outside the plantation area. Unlike the permanent labour, they do not get facilities like quarters, estate hospital, provident fund and the gears such as plastics, boots, gloves, slippers etc.

In geval van natuurrampen worden de Adivasis in sommige areas meer getroffen dan de rest van de bevolking.

For example, in one of the villages in Dibrugarh, the Adivasis have faced greater risks of land erosion as their agricultural lands were mostly concentrated near the river. Unlike the Shyam community which had also lost major landholdings in erosion, the Adivasis in this village did not have any government jobs to fall back on. Natural disasters have thus amplified the livelihood crisis which these communities face in Assam.

 


Assam: algemene schets

april 23, 2008

http://accb.org.uk/brochure_2008_UK.pdf

Geschiedenis

algemeen overzicht geschiedenis Assam

Het volk

- Indo-Iranian & Asian. De inheemse volkeren van Meghalaya: origine van pre-Aryan tijdperk

- Nagas: Indo-Aziatisch volk van Nagaland, vele “onderstammen”

- MIzoram = Mizo (Lushai) -> migratie van 1750-1850 vanuit de Chin heuvels, onderwierpen & assimileerden later inheemse volkeren.

- …Zie tekst voor de andere volkeren

 

=> verder heeft artikel oog voor opbouw van menselijk kapitaal, democratisering, rol van de civiele maatschappij als “wapen” tegen de conflicten in NO-India

Project “Open Acces” ->Open Access, our Information Communication Technology (ICT) programme, aims to promote the equitable deployment of knowledge and communications resources providing access
to content, tools, and networks for civic empowerment and effective democratic governance. We believe, as a secondary effect, the program will enhance the effectiveness of other activities through the use of knowledge.


les Processen van conflict en ontwikkeling ivm Voedselveiligheid

april 23, 2008

door Geertrui Poelaert

Voedselveiligheid -> verschillende factoren:

  • productie van voedsel (bv landbouw)
  • leefmilieu, klimatologische omstandigheden
  • tewerkstelling en inkomen: geld om voedsel te kopen
  • publiek beleid: bv landhervormingen zodat boeren gemakkelijker toegang krijgen tot land
  • markt: commercieel circuit om voedsel te kopen

World Food Conference (1974): ontstaan van de begrippen “voedselzekerheid” en “voedselzekerheid”. In de ‘80: evolutie: verschuiving van “aanbod van voedsel” naar “vraag en toegang tot voedsel” (entitlements ~ Sen).

Verklaring van Rome: voedselveiligheid en voedselzekerheid zijn niet hetzelfde. De relatie tussen beiden is complex.

Theorie 1: Maltusianisme (’70)

Te veel mensen, te weinig grond -> oplossing: tekort?=> voedselhulp (meer productie / meer hulp).

=> nadruk op aanbod. Deze visie leeft nu ook nog, bv bij World Watch Institute

Theorie 2: Entitlementstheorie (Sen)

Er is een verschil tussen de aanwezigheid van voedsel en de mogelijkheid tot toegang van dat voedsel (voedselveiligheid).

Economische visie van vraag en aanbod -> balans moet hersteld worden door de vraag te verbeteren.

Wereldbank -> def van voedselveiligheid (rapport ‘86): voldoende toegang tot voedsel voor een gezond, actief leven.

=> kritiek: naast vraag en aanbod zijn er ook nog andere factoren die ervoor zorgen dat vraag en aanbod in onevenwicht zijn (bv Sen houdt geen rekening met macht). => Pol context!, macht en ongelijkheid in een samenleving.

Voedselveiligheid en conflict

Conflict leidt tot voedselonveiligheid

Notie van “voedselsystemen”: alle systemen die ervoor zorgen dat voedsel geproduceerd wordt. Tijdens een conflict past het systeem zich aan, ipv klassieke strategieën komen er overlevingsstrategieën. Ten gevolge van de aanpassingstrategieën komt er vaak meer voedselonveiligheid.

Conflict heeft invloed op de productie, verhandeling en consumptie van voedsel.

Voedselonveiligheid leidt ook tot conflict

HH ter verbetering van voedselveiligheid heeft niet altijd een positieve impact op voedselveiligheid omdat het de copingmechanismen ontregelt + vaak wordt voedsel verdeeld die niet geconsumeerd wordt + zie concept van “iron triangle”

-> in de literatuur moet er een tekst bijzitten over Nepal -> in die tekst zou er een schema zitten over “livelihood” enerzijds en de structurele context (economisch, politiek, sociaal) anderzijds. => zou handig zijn op toe te passen op de case Assam

Verder heeft Vlasseroot dit nog gezegd ivm de taak:

  • duidelijke objectieven stellen
  • kennis over de context: welke zijn de echte redenen voor de voedselonveiligheid
  • brede waaier: bv niet enkel voedselverdeling en kennis
  • ook oog hebben voor het ontwikkelingsaspect: humanitair en ontwikkelingsaspect zien als één geheel. Humanitaire intervantie is het begin van ontwikkelingsbeleid.
  • betrokkenheid van de lokale actoren bij beslissingniveau: participatief.

Twin Track approach

3 perspectieven: productie, toegang, stabiele systemen

=> wordt vanuit 2 perspectieven aangepakt: humanitair / ontwikkelingsperspectief.

-> kan verder gaan dan bv food for work. Bijvoorbeeld ook toegang (niet alleen het productie aspect, maar ook bv landhervormingen om toegang tot land te vergemakkelijken).

-> in paper kunnen ook bekijken waarvoor de actoren het meeste aandacht hebben.


Project FOSRIN: Voedselveiligheid door “ricebean”-onderzoek in India (en Nepal)

april 23, 2008

                                                                                                   

                                                                          

http://www.underutilized-species.org/MasksSearch/SearchProjectDetail.aspx?id=268

De productie van granen in Zuid-Azië steeg meer dan de productie van peulvruchten. Granenonderzoek, verbeterde cultivering en ondersteunend beleid leidden tot meer granen en minder peulvruchten. Bijgevolg verloren vooral de armen een waardevolle bron van proteïnen.

De “ricebean” is een peulvrucht die geproduceerd wordt in de heuvelachtige gebieden in Noord-India en Nepal, vaak samen met maïs. Het groeit goed op verschillende gronden en toont pestweerstand en is voedzaam. Er zijn echter geen verbeterde variëteiten, dus enkel arme boeren in randgebieden produceren het. Er zijn geen gevestigde kanalen op het op de markt te brengen en zaadvoorziening is beperkt of onbestaand.

FOSRIN is een initiatief  onder het 6e kaderprogramma van de Europese Commissie, geleid door CAZS. Betrokken partners zijn universiteiten, NGO’s en de regering. Zo ook de universiteit in Jorhat (Assam), een “ricebean” telend gebied in Indië.

Het project is gestart april 2006 en loopt tot maart 2009. “Ricebean” moet op veel meer plaatsen geproduceerd worden, daarvoor moeten variëteiten voorzien worden die overeenkomen met de noden van boeren.


Het belang van de landbouwsector in Assam

april 23, 2008

                                                                                                      door Julie De Ketele

1. Inleiding

De economie in Assam is nog steeds ruimschoots afhankelijk van de landbouwsector >< andere Indische staten die zich steeds meer op industrie en dienstverlening concentreren.                              => Assam beschouwd als minder ontwikkelde staat  (India = LDC)

De redenen zijn

   - socio-politiek

   - economische redenen: gefragmenteerd land bvb.

 

 

2. Belang van landbouw in de staatseconomie

- 70% van de populatie is afhankelijk van landbouw voor hun livelihood.

- Bijna 90% van de populatie leeft in landelijke gebieden waar landbouw het meest productief is om zaken te doen.

- In termen van Binnenlands Product (SDP of state domestic product): De landbouwsector droeg meer dan 38% bij aan het staatsinkomen in 1990-91 (recente cijfers?)

- Klein en gefragmenteerd landbezit zijn belangrijke oorzaken voor lage productiviteit, want economisch en efficiënt gebruik van moderne technologie (landbouwmachines, chemicaliën e.d.) wordt er niet gemakkelijker op.

- Assam produceert “food and cashcrops”

voedsel: rijst (paddy)=belangrijkste!, maïs (corn), (pulses), aardappelen, (wheat),…

en ook: thee=belangrijkste!, (jute), (oilseeds), suikerriet, katoen en tabak.

Rijst is belangrijkst maar steeg niet in productie. De andere producten, (wheat), suikerriet, (jute), aardappelen, rapen en mosterd kennen een verhoogde productie (recente cijfers???)

- afhankelijkheid van de seizoensgebonden “monsoon” voor het noodzakelijke water zorgt voor mogelijk risico op misoogsten en economische rampen. Om dit te voorkomen zou de staat voorzien moeten worden van irrigatiefaciliteiten (weliswaar een dure investering).

 

 

3. Belangrijkste problemen van de ontwikkeling van landbouw in Assam

Landbouw ontwikkelingsproblemen en economische ontwikkelingsproblemen gaan hand in hand in Assam.

De ontwikkeling van de landbouwsector in Assam wordt verhinderd door:

1)      fragmentatie van land, gebrek aan moderne technologie en continue afhankelijkheid van regen voor irrigatie (zoals hierboven vermeld)

2)      Natuurrampen: overstromingen (vooral van de Brahmaputra rivier en zijn vertakkingen) en droogtes elk jaar. Zou het droogleggen van de rivier een oplossing kunnen zijn? Is de kost van het droogleggen elk jaar kleiner dan de geschatte jaarlijkse verliezen door overstromingen?

3)      Gebrek aan (commercieel)kapitaal: bankleningen zijn niet algemeen toegankelijk voor landbouwers in Assam. Bijgevolg wordt er geleend aan actoren die niet gereguleerd zijn door de staat, aan een extreem hoog interestcijfer. In vele gevallen verliezen leners hun livelihood, d.i. hun cultiveerbaar land, aan deze actoren. Commerciële banken weigeren landbouwleningen meestal omwille van het gebrek aan onderpand, meestal in de vorm van land: gebrek aan bewijs van landerfenis en gebrek aan een adequate hoeveelheid land (door landfragmentatie). Het Integrated Rural Development Program (IRDP) werd ontworpen om landbouwfamilies te assisteren in leningen om hun landbouwproductie te verhogen en ook om alternatieven te verkennen om hun inkomen te verhogen. Hoe dan ook, de nood aan leningen blijft ruimschoots bestaan.

4)      Marketingproblemen: landbouwmarkten in Assam zijn onderontwikkeld. Landbouwers verkopen aan de dichtstbijzijnde kopers aan de laagste prijs, in plaats van de beste markt te vinden voor hun producten. Principiële aanwezige marktgerelateerde problemen zijn: geografische isolatie, zwakke transport- en communicatiesystemen (telefoon), arme marktfaciliteiten, arme of niet-bestaande marktintelligentie (bvb. informatie over prijs en plaats om te verkopen, regelmatige marktrapporten).

De inspanningen van de overheid zijn meer gefocust op het verzamelen van inkomen (in de vorm van tax in de dagelijkse of wekelijkse markten of door controlepoorten) dan dat ze het vermarkten van landbouwproducten in Assam vergemakkelijken. Een heroriëntatie van de overheidsfocus zal nodig zijn als landbouwers moeten voordeel ondervinden.

5)      Landhervorming: Hoewel de bedoeling van landhervorming (door overheid? Wanneer?) het verdelen van land aan alle landloze burgers van de staat was, resulteerde het in verhoogde landfragmentatie, ontmoedigd gebruik van moderne en efficiënte productie technologie en verhoogde bureaucratie en corruptie. (Onderzoek naar de impact van landhervorming in de laatste decennia?)

6)      Niet-economische factoren: gebrek aan onderwijs, negeren van de veranderende economische omstandigheden, out-dated denken, bevooroordeelde culturele waarden, verstoorde wetgeving en orde, en gebrek aan wetgevende en administratieve machinerie zijn enkele van de voornaamste non-economische factoren die landbouwontwikkeling in Assam verhinderen. Zowel de ontwikkeling van landbouw als van economie worden hierdoor verhindert. De blijvende politieke onrust in Assam sinds de late jaren ’70 helpt noch de landbouwsector, noch de economie van Assam.

 

4. Besluit

Typerend voor een minder ontwikkelde economie, is de economie van Assam afhankelijk van de landbouwsector. Verschillende economische en socio-politieke factoren zijn verantwoordelijk voor het aanhoudende gebrek aan groei en ontwikkeling van deze sector. Ook de ineffectieve of inefficiënte overheidsprogramma’s dragen bij tot het gebrek aan groei in de sector.

Hoop voor de toekomst? Er is potentieel voor industrieën die primaire landbouwproducten als ruwe materialen gebruiken, bvb. fruit- en groentenverwerkende industrie, suikerrietraffinaderijen, thee-industrie, jute-industrie. Deze groei in de secundaire en gerelateerde tertiare sectoren (verpakken, verschepen, transport,…) zal niet enkel voordelig zijn voor de primaire landbouw, maar zal ook de toenemende werkeloosheid aanpakken en in het zeer nodige inkomen aan de overheid voorzien. In een markteconomie nemen private investeerders het initiatief om zulke secundaire (en tertiaire) industrieën te vestigen, gesteund door commerciële kredietbronnen. Maar een gebrek aan ondernemers- en managerstalent, een gebrek aan adequaat kapitaal, arme economische infrastructuren, overheidsbureaucratie en continue politieke-administratieve onrust ontmoedigt elke mogelijke investeerder. De staat zou de kloof kunnen dichten die de private sector open laat. Maar gezien de arme resultaten van ondernemingen die eigendom zien van de staat, moet de strategie van de overheidsbetrokkenheid veranderd worden. Bijvoorbeeld in plaats van eigendom en management van zaken door staatsgeleide corporaties, joint ventures met private (ook buitenlandse) investeerders kunnen economisch winstgevend zijn.

Referenties

  • Bhuyan, S., H. Demaine, and K. E. Weber. “Market regulation or regulated market? The case of Assam, India,” HSD Monograph no. 19, Asian Institute of Technology, Bangkok, Thailand, 1990.
  • Bhuyan, S., S. D. Urs, and K. E. Weber. “Marketing farm produce: An efficiency test of traditional and regulated markets based on evidence from Assam, India.” Economic Bulletin for Asia and the Pacific, 39, 2 (1988):46-55.
  • Dhar, P. K. Axomor arthanitir ruprekha (The Economy of Assam). Kalyani Publishers: Ludhiana, 1994.
  • Knutson, R. D., J.B. Penn, and Barry L. Flinchbaugh. Agricultural and Food Policy. 4th ed., Prentice Hall: Upper Saddle River, NJ, 1998.
  • Phukan, A. K. (ed.). Axomor arthaniti, 1997 (The Economy of Assam, 1997). Buniyad: Guwahati, 1997.    

www. assam.org

Sanjib Bhuyan, Rutgers University, mei 1998

 

 

 


Enabling IDP Livelihoods in Western Assam: Nobody’s Responsibiliy

april 19, 2008

Uddipana Goswami

                                    door Geertrui Poelaert & Julie De Ketele

In Assam vinden er hevige etnische conflicten plaats. Turbulente migratie en constante demografische shifts leiden tot vijandige etniciteits- en identiteitspolitiek. De polarisaties zijn meervoudig gelaagd: autochtonen en allochtonen, inheemse en niet-inheemse stammen, en “settler”- gemeenschappen zijn maar enkele onderdelen van deze gevarieerde gemeenschappen. Deze polarisaties gekoppeld aan beperkte bronnen en continue migratie leiden natuurlijk tot conflicten. Een gevolg van de conflicten zijn de vele IDP’s (internally displaced people). In West-Assam (in het district van Kokrajhar) behoort 1/4 van de mensen tot de IDP. Hoewel er wantrouwen is tussen de inheemse en niet-inheemse autochtone bevolking in W-Assam, toch wordt de “displacement”  (IDP) vooral veroorzaakt door spanningen tussen inheemse en settler- gemeenschappen: De meest uitgesproken inheemse gemeenschap van de Bodo in Assam kende meer dan tien jaar conflict met gemeenschappen van Moslims van Oost-Bengalese oorsprong en Adivasi, tot in 2003 een Memorandum of Settlement on Bodoland Territorial Council (BTC) , territoriale autonomie toekende aan de Bodo’s, een overeenkomst tussen de Union Government van Assam en de Bodo Liberation Tigers.  (www.satp.org/satporgtp/countries/india/states/assam/documents/index.html)

In het  volgende artikel wordt de hopeloze situatie van de IDP’s van de settler-gemeenschappen na reeds een decennium “displacement” (gedwongen verhuizing), onderzocht. Vooral de districten Kokrajhar en Chirang in West-Assam waar onder de jurisdictie van het autonome Bodoland Territorial Council (BTC) kwamen te staan, worden belicht.

 

Eerste Migratiegolven

De districten Kokrajhar en Chirang waren voorheen gekend als de Eastern Dwars (letterlijk: “deuren”), communicatiedoorgangen tussen de Buthanese en Ahom koninkrijken. Wanneer de Eastern Dwars in 1864 geannexeerd werden bij het onverdeelde district Goalpara (nu: West-Assam), werden de inheemse volkeren die er leefden, verdeeld door economische, administratieve en demografische veranderingen in de regio. Goalpara was sinds 1765 deel van Brits-India geweest en werd opgenomen in Assam in 1826. Herhaalde migratiestromen vonden plaats van Goalpara naar de nieuw geannexeerde en schaars bevolkte Eastern Dwars.

 

 

Koloniale Import van Immigranten

De thee-stammen waren de eerste belangrijke settler-gemeenschap in Assam (ook via de Westelijke grens gekomen) wanneer de Britten de commerciële mogelijkheden van thee ontdekten en goedkope werkkrachten nodig hadden om op de plantages te werken. De Britten stimuleerden migratie vanuit Centraal- en Oost-Assam.

Met hem kwamen ook andere mensen, die niet werkten in op de thee-plantages, maar kwamen om te cultiveren. Zij noemen zichzelf nu Adivasi (grotendeels afkomstig van de Santhal-stam). De Adivasi trokken rond in het gebied op zoek naar cultiveerbaar land, om zich daar dan te vestigen (“settlen”). Zo ook deden de inheemse Bodo’s in het gebied. Beide waren landbouwersgemeenschappen die veranderden in gevestigde cultivatie, beiden stonden ook onder druk om te assimileren in de mainstream of zij blijven geïsoleerd en gedepriveerd.  Maar verschillend was de ontwikkeling van politiek bewustzijn, bij de Bodo’s ontwikkelde dit al vroeg, terwijl bij de Adivasi dit bewustzijn zich vooral ontwikkelde in de relatie van etnische onenigheid met de Bodo.  De vorming van gewapende krachten, zoals de Adivasi Cobra Force kan toegeschreven worden aan de overheidspolitiek die de interetnische instabiliteit verergerde in NO-India.

 

 

Moslims van Oost-Bengalese origine

Na de Adivasi settlers kwamen moslims van Oost-Bengalen (later Oost-Pakistan, nu: Bangladesh) naar Assam. De inheemse volkeren zagen hen als een bedreiging voor hun land, religie, taal en manier van leven. (Illegale migratie van Bangladesh zet zich nu ook verder?)

Het onverdeelde Goalpara (min de Eastern Dwars) maakte lange tijd deel uit van Oost-Bengalen en het duurde wel even voordat de tolerantie voor deze migranten verdween. De spoorweg (1902) die West-Bengalen met Assam via het Oosten (en de Dwars van weleer) verbond, bracht de migranten in direct contact met de inheemse volkeren. De migranten kenden hier echter een economisch voordeel, want zij werden eerder in contact gebracht met commerciële landbouw en geldeconomie. Zij vulden een economische niche, waar er geen onmiddellijke concurrentie voor was.

In 1987 werd de Bodo nativist movement opgericht maar er werd geen geweld werd gebruikt tegen de aanwezige Moslimmigranten.  Begin jaren ’90 veranderde de dynamiek van de Bodo-beweging. Settler-gemeenschappen werden doelwit van etnische zuiveringen.

 

 

Geschiedenis van etnisch geweld

De problemen begonnen in 1993 wanneer het eerste Memorandum of Settlement werd ondertekend door de Indiase regering en de representatieve Bodo-organisaties. Territoriale autonomie werd toegekend aan de Bodo’s, maar zonder de grenzen van het autonome gebied vast te leggen. Bijgevolg werden slechts de gebieden met 50% of meer Bodo’s inbegrepen.

Massamigratie en bronnenvervreemding sinds het koloniale tijdperk veranderden het demografisch patroon van het voorgestelde homeland in die mate zodat de Bodo’s in vele gebieden een minderheid werden, zelfs in het voorgestelde homeland. Er werd een toevlucht gezocht in etnische zuivering en de eerste doelwitten waren de Moslim-immigranten van Oost-Bengaalse oorsprong.  Het was voor de Bodo duidelijk geworden dat een afzonderlijke staat nooit verwezenlijkt zou kunnen worden. In de jaren tot het tekenen van BAC Memorandum of Settlement, werd er een bewuste inspanning gedaan om steun te krijgen van de etnische Axamiya intellectuelen met betrekking tot de Bodo-rechten (omtrent zelfdeterminatie).

De volgende grote aanval was in 1996 tegen de Adivasis, tijdens een machtsoverdracht. De regering van Assam werd overgedragen van een nationale naar een regionale partij. Er was sprake terug van etnische zuivering. (“Als de Bodo’s in bepaalde gebieden geen meerderheid vormden, zouden ze overwegen om er één te creëren, omdat het oorspronkelijk al hun land was”, aldus de President van de All Bodo Students’ Union (ABSU), Sansuma Khunguur Bwismwutiary in 1995.)

 

 

Omvang van de gedwongen verhuizing

1993 : officieel verhuisden 18.000 individuen van 3.658 families, bijna allemaal immigranten-moslims in Kokrajhar. In 1996 werden de moslims van Oost-Bengaalse oorsprong die in 18 vluchtelingenkampen (in Kokrajhar en Chirang) leven, op 20.000 geschat. Momenteel zijn er 8 vluchtelingenkampen in Kokrajhar en Chirang met een totaal van 27.291 immigranten-moslim IDP’s. Geen enkel van deze kampen werd opgericht of ondersteund door overheidsinstanties.

 

1996

202.684 individuen, vooral Adivasis IDP’s in het district Kokrajhar. De meeste van hen keerden terug, maar werden opnieuw aangevallen in 1998. Deze keer duurde het geweld continue sporadisch voort, tot 1999 (totaal van 314.342 personen waren IDP’s). Slechts een klein deel van deze IDP’s waren Bodo. Tegen 2000 waren er 169.161 Adivasis in vluchtelingenkampen in Kokrajhar (het ergst getroffen district).

 

Reactie van de staat (!! BELANGRIJK ONDERDEEL VOOR EVALUATIE!)

De reactie van de staat op een door conflict geïnduceerde gedwongen verhuizing verloopt meestal als volgt: onmiddellijk na het geweld worden tijdelijke vluchtelingenkampen opgezet in lokale onderwijsinstellingen en overheidskantoren. Vervangingsverblijfplaatsen worden gebouwd op overheidsgrond. De overheid voorziet Gratuitous Relief (GR), rijst, linzen en olie voor een aantal jaar terwijl de vervangingskampen de vorm aannemen van settlements. Wanneer de GR stopt en de mensen gedwongen worden om de kampen vrij te maken en rehabilitatie te zoeken, worden zij voorzien met een kleine Rehabilitation Grant (RG). De  RG bedraagt slechts enkele duizenden roepies en wordt meer dan eens toegeëigend door bemiddelaars en overheidsbedienden. Dit was zo in het geval van de Moslim IDP’s die uit de door de overheid gesponsorde kampen moesten verhuizen en settlen in kampen die gebouwd werden op grond die verhuurd wordt aan woekerprijzen door lokale landeigenaars door bemiddelaars. De meeste Adivasi IDP’s zullen dit stadium ook bereiken.

 

 

Livelihoods voor verhuizing (à paper over land)

 Aangezien de Adivasi en de moslims uit East Bengalen landbouwers waren, waren zo voor de verhuizing bijna allemaal afhankelijk van land voor hun livelihoods…

 

Livelihoods nu en toekomstige mogelijkheden

Vele werken nu als dagsloonarbeiders, kelners in hotels,…Vrouwen gaan werken als huishoudelijk hulpsters in de steden, …Ze hebben heel weinig skills (los van het landbouwwerk) die ze kunnen aanwenden.

 

 

Interventies naar het mogelijk maken van livelihood opties

(EVALUATIE!!–> lokale actoren en interventies)

Onder de immigrant-moslim IDP’s van Kokrajhar en Chirang zijn er geen NGO’s of overheidsorganisaties die de displaced helpen in het verkrijgen van duurzame livelihoods. De enige interventies door deze organisaties zijn occasionele giften, meestal rond verkiezingen en festivals. Tussen de verschillende organisaties is er geen samenwerking en de giften zijn niet gericht op de directe noden. Er zijn ook religieuze en politieke organisaties aanwezig, zoals Jamiat Ulema-E-Hind, maar zij hebben enkel madrassa’s opgericht.

In het geval van de meeste Adivasi IDPs in Chirang ook, zijn er weinig NGO’s die tussenkwamen. Vaak aanschouwt men de grote aantallen IDP’s, de onmiddelijke vereiste van veiligheid en hulp, de beperkte inkomsten en vaardigheiden, als beperkingen voor de voorziening van livelihood in de kampen. Maar dit kan makkelijk opgelost worden (bv traditioneel vaardigheden van de vrouwen aanwenden voor inkomen), er is dus een tekort aan een holistisch begrijpen van de problemen van de IDP’s en hun mogelijke oplossingen.

Er zijn slechts enkele Christelijke NGO’s die aandacht besteedden aan livelihood bij de Adivasi IDP’s, vooral in het Kokrajhar district. Zo stelde de Lutheran World Service - India (LWS-I) voor :

* het vergemakkelijken van de resettlement

* voorzien in infrastructuur

* het vergemakkelijken van het oprichten en de duurzaamheid van zelfhulpgroepen en op gemeenschap gebaseerde organisaties

* verbeteren van de basis van bronnen en kennis, managing skills en lokale expertise in de gemeenschappen om socio-economische uitdagingen aan te pakken

* vergemakkelijken van de toepassing van sector-specifieke kennis, vaardigheden en capabilities om de levenskwaliteit te verbeteren.

* de toegang tot bronnen en diensten vergemakkelijken

à het Assam Riot Victims’ Rehabilitation/Development Support program

Besluit: Organisaties zoals LWS-I  vullen op zijn minst een leegte op dat geen andere organisatie lijkt te erkennen. Maar gegeven de religieuze oriëntatie (evangelische activiteit), winnen de immigrant-moslim IDP’s niet van dit soort interventie.

 

De vorming en werking van het BTC heeft zich intussen getoond als zelfhulpprogramma en financiering voor ondernemingen.  Alle contracten van de overheidsdepartementen gaan naar Bodo’s (weef- en spincentrums). Geen van deze voordelen gaan naar IDP’s.

 

 

Welke opties biedt de toekomst?

De houding van de staat ten opzichte van de IDP’s wordt gekenmerkt door de inactiviteit en het doorgeven van verantwoordelijkheden. De staat neemt de UN’ Guiding Principles on Internal Displacement niet op. NGO’s worden geacht te werken in de richting van het mogelijk maken voor de IDPs om livelihoods opties te ontwikkelen. Het lijkt erop dat de enige optie die open is voor de displaced is om hun eigen livelihoodstrategie te ontwikkelen, beter dan te wachten op gouvernementele en niet-gouvernementele assistentie.

Hoe zijn de IDPs er zelf in geslaagd om manieren van empowerment te ontwikkelen? De meeste bestaande IDP representatieve organisaties, vooral in de Moslimkampen, werden gereduceerd tot tegengestelde politieke partijen, en soms als  tegengestelde facties binnen dezelfde politieke partij.

Er zijn wel IDP’s die op een succesvolle wijze het kamp hebben verlaten, maar deze zijn heel zeldzaam.

De IDP’s van W-Assam zitten gevangen in de hoop om terug te keren naar land dat ze nooit kunnen heropeisen. Er moet een beslissende interventie komen door een internationaal agentschap, zoals de UN

bvb. Wat nodig is, is motivatie, training en commerciële indoctrinatie.

 

 

 UNHCR Refugee Survey Quarterly (2006), Vol. 25, nr. 2, p. 60-69.


Partcipatory Community Mapping

april 19, 2008

artikel: “Mapping Common Futures: Customary Communities, NGO’s and the State in Indonesia’s Reform Era - Warren Carol

door Geertrui Poelaert

Ik heb dit artikel gelezen ivm met een ander taakje voor Processen van Conflict en Ontwikkeling.

Het gaat om een strategie “Participatory community mapping” (PCM), dat wordt aangewend in Indonesië om meer zeggingschap te geven aan de inheemse gemeenschappen over land.

Ik zal korte beschrijving geven over PCM, want ik denk dat het wel interessant kan zijn voor de case Assam.

PCM is een bottom-up proces waarbij, via een kritische en reflexieve dialoog tussen de stakeholders (de staat, de lokale gemeenschappen , NGO’s) de gemeenschap meer zeggingsschap zou krijgen over de toekomstige lokale sociale en economische ontwikkelingen. Elke gemeenschap heeft dus een soort van raad, die overlegt met de staat en de raden van andere gemeenschappen. NGO’s spelen hierbij vooral een “sturende” rol, ze leiden de gemeenschappen op, zie bieden hen informatie aan,…om beter in overleg te kunnen treden. PCM heeft het potentieel van “critical localism”, waarbij uit een complexe situatie sociaal kapitaal kan ontstaan. Sociaal kapitaal kan dan leiden tot een duurzaam ontwikkelingsproces. Via een constructieve dialoog zouden de twisten omtrent land dan kunnen evolueren in productieve partnerships.

Er zijn natuurlijk ook heel wat tekortkomingen bij PCM, maar dat bespreken we dan wel eens als we samenkomen (ook of het wel goed past in de context van Assam).