Enabling IDP Livelihoods in Western Assam: Nobody’s Responsibiliy
Uddipana Goswami
door Geertrui Poelaert & Julie De Ketele
In Assam vinden er hevige etnische conflicten plaats. Turbulente migratie en constante demografische shifts leiden tot vijandige etniciteits- en identiteitspolitiek. De polarisaties zijn meervoudig gelaagd: autochtonen en allochtonen, inheemse en niet-inheemse stammen, en “settler”- gemeenschappen zijn maar enkele onderdelen van deze gevarieerde gemeenschappen. Deze polarisaties gekoppeld aan beperkte bronnen en continue migratie leiden natuurlijk tot conflicten. Een gevolg van de conflicten zijn de vele IDP’s (internally displaced people). In West-Assam (in het district van Kokrajhar) behoort 1/4 van de mensen tot de IDP. Hoewel er wantrouwen is tussen de inheemse en niet-inheemse autochtone bevolking in W-Assam, toch wordt de “displacement” (IDP) vooral veroorzaakt door spanningen tussen inheemse en settler- gemeenschappen: De meest uitgesproken inheemse gemeenschap van de Bodo in Assam kende meer dan tien jaar conflict met gemeenschappen van Moslims van Oost-Bengalese oorsprong en Adivasi, tot in 2003 een Memorandum of Settlement on Bodoland Territorial Council (BTC) , territoriale autonomie toekende aan de Bodo’s, een overeenkomst tussen de Union Government van Assam en de Bodo Liberation Tigers. (www.satp.org/satporgtp/countries/india/states/assam/documents/index.html)
In het volgende artikel wordt de hopeloze situatie van de IDP’s van de settler-gemeenschappen na reeds een decennium “displacement” (gedwongen verhuizing), onderzocht. Vooral de districten Kokrajhar en Chirang in West-Assam waar onder de jurisdictie van het autonome Bodoland Territorial Council (BTC) kwamen te staan, worden belicht.
Eerste Migratiegolven
De districten Kokrajhar en Chirang waren voorheen gekend als de Eastern Dwars (letterlijk: “deuren”), communicatiedoorgangen tussen de Buthanese en Ahom koninkrijken. Wanneer de Eastern Dwars in 1864 geannexeerd werden bij het onverdeelde district Goalpara (nu: West-Assam), werden de inheemse volkeren die er leefden, verdeeld door economische, administratieve en demografische veranderingen in de regio. Goalpara was sinds 1765 deel van Brits-India geweest en werd opgenomen in Assam in 1826. Herhaalde migratiestromen vonden plaats van Goalpara naar de nieuw geannexeerde en schaars bevolkte Eastern Dwars.
Koloniale Import van Immigranten
De thee-stammen waren de eerste belangrijke settler-gemeenschap in Assam (ook via de Westelijke grens gekomen) wanneer de Britten de commerciële mogelijkheden van thee ontdekten en goedkope werkkrachten nodig hadden om op de plantages te werken. De Britten stimuleerden migratie vanuit Centraal- en Oost-Assam.
Met hem kwamen ook andere mensen, die niet werkten in op de thee-plantages, maar kwamen om te cultiveren. Zij noemen zichzelf nu Adivasi (grotendeels afkomstig van de Santhal-stam). De Adivasi trokken rond in het gebied op zoek naar cultiveerbaar land, om zich daar dan te vestigen (“settlen”). Zo ook deden de inheemse Bodo’s in het gebied. Beide waren landbouwersgemeenschappen die veranderden in gevestigde cultivatie, beiden stonden ook onder druk om te assimileren in de mainstream of zij blijven geïsoleerd en gedepriveerd. Maar verschillend was de ontwikkeling van politiek bewustzijn, bij de Bodo’s ontwikkelde dit al vroeg, terwijl bij de Adivasi dit bewustzijn zich vooral ontwikkelde in de relatie van etnische onenigheid met de Bodo. De vorming van gewapende krachten, zoals de Adivasi Cobra Force kan toegeschreven worden aan de overheidspolitiek die de interetnische instabiliteit verergerde in NO-India.
Moslims van Oost-Bengalese origine
Na de Adivasi settlers kwamen moslims van Oost-Bengalen (later Oost-Pakistan, nu: Bangladesh) naar Assam. De inheemse volkeren zagen hen als een bedreiging voor hun land, religie, taal en manier van leven. (Illegale migratie van Bangladesh zet zich nu ook verder?)
Het onverdeelde Goalpara (min de Eastern Dwars) maakte lange tijd deel uit van Oost-Bengalen en het duurde wel even voordat de tolerantie voor deze migranten verdween. De spoorweg (1902) die West-Bengalen met Assam via het Oosten (en de Dwars van weleer) verbond, bracht de migranten in direct contact met de inheemse volkeren. De migranten kenden hier echter een economisch voordeel, want zij werden eerder in contact gebracht met commerciële landbouw en geldeconomie. Zij vulden een economische niche, waar er geen onmiddellijke concurrentie voor was.
In 1987 werd de Bodo nativist movement opgericht maar er werd geen geweld werd gebruikt tegen de aanwezige Moslimmigranten. Begin jaren ’90 veranderde de dynamiek van de Bodo-beweging. Settler-gemeenschappen werden doelwit van etnische zuiveringen.
Geschiedenis van etnisch geweld
De problemen begonnen in 1993 wanneer het eerste Memorandum of Settlement werd ondertekend door de Indiase regering en de representatieve Bodo-organisaties. Territoriale autonomie werd toegekend aan de Bodo’s, maar zonder de grenzen van het autonome gebied vast te leggen. Bijgevolg werden slechts de gebieden met 50% of meer Bodo’s inbegrepen.
Massamigratie en bronnenvervreemding sinds het koloniale tijdperk veranderden het demografisch patroon van het voorgestelde homeland in die mate zodat de Bodo’s in vele gebieden een minderheid werden, zelfs in het voorgestelde homeland. Er werd een toevlucht gezocht in etnische zuivering en de eerste doelwitten waren de Moslim-immigranten van Oost-Bengaalse oorsprong. Het was voor de Bodo duidelijk geworden dat een afzonderlijke staat nooit verwezenlijkt zou kunnen worden. In de jaren tot het tekenen van BAC Memorandum of Settlement, werd er een bewuste inspanning gedaan om steun te krijgen van de etnische Axamiya intellectuelen met betrekking tot de Bodo-rechten (omtrent zelfdeterminatie).
De volgende grote aanval was in 1996 tegen de Adivasis, tijdens een machtsoverdracht. De regering van Assam werd overgedragen van een nationale naar een regionale partij. Er was sprake terug van etnische zuivering. (“Als de Bodo’s in bepaalde gebieden geen meerderheid vormden, zouden ze overwegen om er één te creëren, omdat het oorspronkelijk al hun land was”, aldus de President van de All Bodo Students’ Union (ABSU), Sansuma Khunguur Bwismwutiary in 1995.)
Omvang van de gedwongen verhuizing
1993 : officieel verhuisden 18.000 individuen van 3.658 families, bijna allemaal immigranten-moslims in Kokrajhar. In 1996 werden de moslims van Oost-Bengaalse oorsprong die in 18 vluchtelingenkampen (in Kokrajhar en Chirang) leven, op 20.000 geschat. Momenteel zijn er 8 vluchtelingenkampen in Kokrajhar en Chirang met een totaal van 27.291 immigranten-moslim IDP’s. Geen enkel van deze kampen werd opgericht of ondersteund door overheidsinstanties.
1996
202.684 individuen, vooral Adivasis IDP’s in het district Kokrajhar. De meeste van hen keerden terug, maar werden opnieuw aangevallen in 1998. Deze keer duurde het geweld continue sporadisch voort, tot 1999 (totaal van 314.342 personen waren IDP’s). Slechts een klein deel van deze IDP’s waren Bodo. Tegen 2000 waren er 169.161 Adivasis in vluchtelingenkampen in Kokrajhar (het ergst getroffen district).
Reactie van de staat (!! BELANGRIJK ONDERDEEL VOOR EVALUATIE!)
De reactie van de staat op een door conflict geïnduceerde gedwongen verhuizing verloopt meestal als volgt: onmiddellijk na het geweld worden tijdelijke vluchtelingenkampen opgezet in lokale onderwijsinstellingen en overheidskantoren. Vervangingsverblijfplaatsen worden gebouwd op overheidsgrond. De overheid voorziet Gratuitous Relief (GR), rijst, linzen en olie voor een aantal jaar terwijl de vervangingskampen de vorm aannemen van settlements. Wanneer de GR stopt en de mensen gedwongen worden om de kampen vrij te maken en rehabilitatie te zoeken, worden zij voorzien met een kleine Rehabilitation Grant (RG). De RG bedraagt slechts enkele duizenden roepies en wordt meer dan eens toegeëigend door bemiddelaars en overheidsbedienden. Dit was zo in het geval van de Moslim IDP’s die uit de door de overheid gesponsorde kampen moesten verhuizen en settlen in kampen die gebouwd werden op grond die verhuurd wordt aan woekerprijzen door lokale landeigenaars door bemiddelaars. De meeste Adivasi IDP’s zullen dit stadium ook bereiken.
Livelihoods voor verhuizing (à paper over land)
Aangezien de Adivasi en de moslims uit East Bengalen landbouwers waren, waren zo voor de verhuizing bijna allemaal afhankelijk van land voor hun livelihoods…
Livelihoods nu en toekomstige mogelijkheden
Vele werken nu als dagsloonarbeiders, kelners in hotels,…Vrouwen gaan werken als huishoudelijk hulpsters in de steden, …Ze hebben heel weinig skills (los van het landbouwwerk) die ze kunnen aanwenden.
Interventies naar het mogelijk maken van livelihood opties
(EVALUATIE!!–> lokale actoren en interventies)
Onder de immigrant-moslim IDP’s van Kokrajhar en Chirang zijn er geen NGO’s of overheidsorganisaties die de displaced helpen in het verkrijgen van duurzame livelihoods. De enige interventies door deze organisaties zijn occasionele giften, meestal rond verkiezingen en festivals. Tussen de verschillende organisaties is er geen samenwerking en de giften zijn niet gericht op de directe noden. Er zijn ook religieuze en politieke organisaties aanwezig, zoals Jamiat Ulema-E-Hind, maar zij hebben enkel madrassa’s opgericht.
In het geval van de meeste Adivasi IDPs in Chirang ook, zijn er weinig NGO’s die tussenkwamen. Vaak aanschouwt men de grote aantallen IDP’s, de onmiddelijke vereiste van veiligheid en hulp, de beperkte inkomsten en vaardigheiden, als beperkingen voor de voorziening van livelihood in de kampen. Maar dit kan makkelijk opgelost worden (bv traditioneel vaardigheden van de vrouwen aanwenden voor inkomen), er is dus een tekort aan een holistisch begrijpen van de problemen van de IDP’s en hun mogelijke oplossingen.
Er zijn slechts enkele Christelijke NGO’s die aandacht besteedden aan livelihood bij de Adivasi IDP’s, vooral in het Kokrajhar district. Zo stelde de Lutheran World Service - India (LWS-I) voor :
* het vergemakkelijken van de resettlement
* voorzien in infrastructuur
* het vergemakkelijken van het oprichten en de duurzaamheid van zelfhulpgroepen en op gemeenschap gebaseerde organisaties
* verbeteren van de basis van bronnen en kennis, managing skills en lokale expertise in de gemeenschappen om socio-economische uitdagingen aan te pakken
* vergemakkelijken van de toepassing van sector-specifieke kennis, vaardigheden en capabilities om de levenskwaliteit te verbeteren.
* de toegang tot bronnen en diensten vergemakkelijken
à het Assam Riot Victims’ Rehabilitation/Development Support program
Besluit: Organisaties zoals LWS-I vullen op zijn minst een leegte op dat geen andere organisatie lijkt te erkennen. Maar gegeven de religieuze oriëntatie (evangelische activiteit), winnen de immigrant-moslim IDP’s niet van dit soort interventie.
De vorming en werking van het BTC heeft zich intussen getoond als zelfhulpprogramma en financiering voor ondernemingen. Alle contracten van de overheidsdepartementen gaan naar Bodo’s (weef- en spincentrums). Geen van deze voordelen gaan naar IDP’s.
Welke opties biedt de toekomst?
De houding van de staat ten opzichte van de IDP’s wordt gekenmerkt door de inactiviteit en het doorgeven van verantwoordelijkheden. De staat neemt de UN’ Guiding Principles on Internal Displacement niet op. NGO’s worden geacht te werken in de richting van het mogelijk maken voor de IDPs om livelihoods opties te ontwikkelen. Het lijkt erop dat de enige optie die open is voor de displaced is om hun eigen livelihoodstrategie te ontwikkelen, beter dan te wachten op gouvernementele en niet-gouvernementele assistentie.
Hoe zijn de IDPs er zelf in geslaagd om manieren van empowerment te ontwikkelen? De meeste bestaande IDP representatieve organisaties, vooral in de Moslimkampen, werden gereduceerd tot tegengestelde politieke partijen, en soms als tegengestelde facties binnen dezelfde politieke partij.
Er zijn wel IDP’s die op een succesvolle wijze het kamp hebben verlaten, maar deze zijn heel zeldzaam.
De IDP’s van W-Assam zitten gevangen in de hoop om terug te keren naar land dat ze nooit kunnen heropeisen. Er moet een beslissende interventie komen door een internationaal agentschap, zoals de UN
bvb. Wat nodig is, is motivatie, training en commerciële indoctrinatie.
UNHCR Refugee Survey Quarterly (2006), Vol. 25, nr. 2, p. 60-69.
april 29, 2008 at 2:18 pm
Is inderdaad een zeer goed artikel. In Karbi Anglong waar eveneens verschillende conflicten uitbraken, is ook een NGO actief genaamd Jirsong Asong. Ik heb enkele van hun programma’s liggen, denk ik. Als het een hulp is voor jullie, kan ik die eens opzoeken.